073 689 85 27 contact@sezw.nl

Blog: Gelukkiger, Goedkoper, Leuker! – Kirsten Tinneveld Madsen

Hoe krijg je het voor elkaar dat 64% van thuiszorgcliënten weer volledig zelfredzaam is en hun levensgeluk toeneemt? Het lijkt een droom: zorg die leidt tot gelukkigere mensen, minder behoefte aan zorg, lagere kosten en blijere professionals. Toch is dit werkelijkheid geworden door een nieuwe aanpak van de langdurige zorg.

Tijdens de inspiratiesessie: Is het gras groener in Denemarken en Zweden?’ komt een nieuwe aanpak van de langdurige zorg aan bod. Alvast een voorproefje.

Een nieuwe aanpak van de langdurige zorg
Eerst even een uitstapje naar Denemarken, waar de gemeente Fredericia met 40.000 inwoners in 2007 voor grote uitdagingen stond. De lokale gezondheidszorg had 200 openstaande vacatures, demografische uitdagingen en financiële krapte. Een ambtelijke delegatie reisde af naar Zweden waar een innovatieve wijze van zorgverlening was ontwikkeld. Het startpunt was dat zorg kostbaar is en dat het streven naar efficiëntie zijn grenzen kent. Een professional kan immers géén tien mensen tegelijkertijd helpen. Daarenboven voerde het ‘domein-denken’ de boventoon. Daarom werden zorg en welzijn aan elkaar gekoppeld en werd samengewerkt om ’mensen te helpen zichzelf te helpen’. Dit nieuwe paradigma is ook op een aantal andere plaatsen ter wereld tot wasdom gekomen en staat bekend als ’reablement’.

Na een ontwikkelingstraject van een jaar is in Fredericia het eerste reablement-team van start gegaan. Dit team hielp in 6-12 weken 46% van de 220 ouderen om volledig zelfredzaam te worden, terwijl 30% minder hulp nodig hadden. 84% gaf aan gelukkiger te zijn dan daarvoor en professionals (83%) vonden het werk fijner.

Fredericia is de afgelopen 10 jaar nog beter geworden in mensen zichzelf te laten helpen, aldus de gemeente. Momenteel wordt per jaar ca. 64%, van 350 mensen met een nieuwe zorgvraag, geholpen zelfredzaam te worden. Deze effecten zijn gemeten d.m.v. een zogenaamde schaduwindicatie. Ook bij cliënten die zijn geïndiceerd voor langdurige zorg wordt reablement toegepast en daar spreekt men van ‘Een goede dag op eigen kracht’. Ten slotte is, om dezelfde visie en werkwijze breed uit te breiden, gebruik gemaakt van personele ‘kruisbestuiving’, door uitwisseling van professionals tussen de verschillende teams en afdelingen.

Reablement in de praktijk
Mette is een 78 jarige vrouw die gevallen is en daarbij haar enkel heeft verzwikt. Door de pijn gaat zij steeds meer zitten en liggen, heeft zij weinig contact met anderen, vereenzaamt zij en vervuilt haar huis. Bij de intake gaat de wijkverpleegkundige, fysiotherapeut of ergotherapeut, een gesprek aan om te achterhalen wat Mette nodig heeft om weer een plezierig, zelfstandig leven te kunnen leiden. Haar wensen vormen de doelen voor het reablement-traject. Zo wordt de pijn verholpen en traint een fysiotherapeut het lopen naar de supermarkt. De verzorgenden en de huishoudelijke hulp zijn betrokken bij het plan, zodat de dagelijkse activiteiten onderdeel worden van haar herstel. Ook wordt zij ondersteund in het contact met anderen. Na 11 weken heeft Mette het leven teruggekregen dat zij voor ogen had en is de ondersteuning afgesloten.

Eén landelijke visie in Denemarken
De paradigmashift in Fredericia heeft veel andere gemeenten in Denemarken geïnspireerd om een omslag in werken te bewerkstelligen. Daarnaast wordt ook volop ingezet op een volwaardige plek in de samenleving en actieve participatie voor alle inwoners, onafhankelijk van sociaal economische status of gebrek. Dit alles vindt plaats in nauwe samenwerking met huisartsen maar ook met buurthuizen, vrijwilligers en activiteiten teams.

De verspreiding en het effect van de nieuwe aanpak heeft daarop de Deense politici geïnspireerd. In 2015 is bij wet vastgesteld dat mensen eerst geholpen moeten worden om zichzelf te helpen, pas als dat niet aanslaat wordt er blijvende ondersteuning geboden. Ook werd onderzoek geïnitieerd naar de effectiviteit van reablement[1].

Eenzelfde visie en werkwijze heeft heropnames verminderd en het aantal ligdagen in het ziekenhuis teruggebracht naar dagen. Het is de Denen inmiddels gelukt de zorgkosten (10,6% BBP) een halt toe te roepen, maar dat laat onverlet dat de kosten en de kwaliteit van zorg punt van aandacht blijven.

Nederland
Een nieuw begin
Gedurende de afgelopen 5 jaar is een groot aantal Nederlandse zorgprofessionals, politici, ambtenaren, welzijnsorganisaties, kennisorganisaties en burgers enthousiast geraakt over reablement. Zij hebben op verschillende plekken in Nederland de handen ineengeslagen, geïnspireerd op de werkwijze in Denemarken, maar aangepast aan de Nederlandse situatie. Bij dit zorgvernieuwingsproces is sprake van verandering in cultuur, in de organisatie, in de samenwerking en wordt er nagedacht over de bekostiging van ‘zorg en welzijn’.

Dat gaat niet zonder slag of stoot, want de werkelijkheid is weerbarstig. Zo zit het segmentarisch werken in de weg, voert het ‘zorgen voor’, in plaats van ‘zorgen dat’ nog steeds de boventoon, werken zorgprofessionals langs elkaar heen, hanteren zij verschillende plannen en vormen de financiële schotten een rem op de samenwerking, waardoor de oudere niet altijd centraal staat. Aspecten die in verschillende mate ook in andere landen een rol speelt.

Onderzoeken en praktijkervaringen laten in toenemende mate zien dat ouderen door reablement beter in staat zijn zichzelf te helpen, maar laten ook variatie in effecten zien [2,3]. Een Nederlands vernieuwingsproces heeft daarom een geheel eigen specifiek plan van aanpak nodig, maar kan inspiratie putten uit onderzoeken en ervaringen van de best presterende gemeenten en zorginstellingen.

Praktische werkwijze
Ongeacht of de oudere zich aanmeldt bij een thuiszorgorganisatie of bij een gemeente met een hulpvraag voor verpleging, persoonlijke verzorging, ondersteuning of huishoudelijke hulp, zal de oudere eerst geholpen worden om zichzelf te helpen. Pas als dat niet aanslaat wordt er blijvende ondersteuning geboden.
Er wordt in een kortdurend traject van 6-12 weken ingezet op fysiek herstel, maar ook op een volwaardige plek in samenleving. De perceptie van een waardevol leven verschilt van mens tot mens. Deze persoonlijke verschillen zijn het uitgangspunt voor de professionals die de oudere ondersteunt. Alle hulpverleners om de oudere heen werken aan hetzelfde doel en hanteren hetzelfde plan. Per oudere bewaakt één coördinator de voortgang. Bij behoefte aan blijvende ondersteuning wordt gestreefd naar een zo zelfstandig mogelijk leven.

Samenwerking
Door nauwe samenwerking met o.a. buurthuizen, vrijwilligers en activiteiten teams wordt maatschappelijke deelname van ouderen versterkt en zo ook doorstroom van professionele hulp naar informele ondersteuning.

Competentieontwikkeling
Zorgprofessionals doorlopen competentietraining om kennis en kunde te verkrijgen over o.a. meesterschap, herstellend vermogen, positieve gezondheid, het ontstaan van zorgafhankelijkheid, gespreksvormen, narratieve psychologie en het gebruik van gesprekstools.

Inspiratiesessie
Tijdens de inspiratiessessie: ‘Is het gras groener in Denemarken en Zweden?’  komt reablement en een nieuwe aanpak van de langdurige zorg aan bod. Er zal gelegenheid zijn om met elkaar in dialoog te gaan.

Drs. Kirsten Tinneveld Madsen
Oprichter & Bestuurslid, Stichting Maak de Burger Meester

  1. Socialstyrelsen, Evidens for effekten af rehabilitering for œldre med nedsat funktionsevne, 2013, ISBN: 978-87-93052-24-6.
  2. R.G.J.Westendorp, T.Rostgaard, F. Aspinal, J. Glasby, H.Tuntland, New Horizons: Reablement – supporting older people towards independence, 2016: 45: 574-578
  1. G.F.Lewin, H.S.Alfonso, J.J.Alan, Evidence for the long term cost effectiveness of home care reablement programs, Dovepress, Clinical Interventions in Aging 2013:8 1273-1281
  1. https://www.vilans.nl/artikelen/reablement-als-oplossing-voor-toenemende-zorgvraag
  2. http://www.maakdeburgermeester.com
  3. https://www.trouw.nl/opinie/de-langdurige-zorg-moet-anders-kijk-naar-scandinavie~b959b1ea/
  4. https://www.waardigheidentrots.nl/verslagen/denemarken-versus-nederland-vertrouwen-is-het-sleutelwoord/
  5. https://www.tweedekamer.nl/nieuws/kamernieuws/rapport-over-ouderen-en-gehandicaptenzorg-scandinavië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blog: Verleiden van Amsterdamse ouderen in de eerste lijn gaat niet in één dag – Sabina Mak

‘Neem deze hulp gewoon aan’, schreeuwt alles in mij terwijl ik luister naar een gesprek tussen de praktijkondersteuner-ouderen (POH-O) en een uiterst kwetsbare dame van ver in de tachtig. We zitten met z’n drieën aan een grote tafel in haar woonkamer in Buitenveldert. Overal waar ik kijk, hangen post-its met zelf opgeschreven reminders.

Vlak voor de feestdagen liep ik twee dagen mee met een wijkverpleegkundige en een POH-O. Dit om – als projectleider in de eerstelijn – een beter beeld te krijgen van wat zij doen voor de groeiende groep thuiswonende kwetsbare ouderen in Amsterdam. De meeste van deze ouderen hebben vaak een vorm van zorg en ondersteuning nodig. Niet te vroeg, maar zeker ook niet te laat. Als ik terugblik op deze meeloopdagen, denk ik daarom direct aan de professionele benadering van de praktijkondersteuner tijdens dat gesprek in Buitenveldert. Waar ik deze vrouw zou overladen (en waarschijnlijk afschrikken) met informatie over wat wijkzorg voor haar kan betekenen, richtte de praktijkondersteuner zich in het gesprek eerst op de vertrouwensrelatie en de hoogst noodzakelijke ondersteuning. ‘De rest komt later wel’, zegt ze op de fiets terug tegen me.

Zij heeft een dergelijke situatie natuurlijk vaker meegemaakt. Deze ouderen laten zich, na tientallen jaren van zelfstandigheid, niet zomaar vertellen wat jij denkt dat zij nodig hebben. Hen moet je langzaam zien te verleiden om enige hulp aan te nemen. Zo ook bij deze vrouw uit Buitenveldert. Vertrouwen geven en “verleiden”, zijn twee belangrijke eigenschappen die ik tijdens die dagen bij beide professionals heb gezien. Verder merkte ik ook hoe belangrijk het is dat zij de belangrijke spelers in de wijk op het gebied van zorg en welzijn goed kennen (zoals de ouderenadviseur, de welzijnscoach, de huisarts, de specialist ouderengeneeskunde, etc.), en visa versa, om uiteindelijk de meest optimale en passende zorg en ondersteuning te kunnen bieden.

Dat is hard nodig, want de realiteit is dat deze groep ouderen groeit en een steeds complexere hulpvraag heeft. Door hier nog niet voldoende op te anticiperen, komen er te veel ouderen – herhaaldelijk – op spoedeisende hulpen terecht. Een groot probleem voor de capaciteit in de ziekenhuizen, en verschrikkelijke gebeurtenissen voor de betreffende ouderen en hun omgeving.

Ik heb gezien dat o.a. de POH-ouderen daar in Amsterdam een belangrijke schakel in zijn. Komende drie jaar (tot 2021) wordt de POH-ouderen voor alle Amsterdamse huisartsen gelukkig gefinancierd door Zilveren Kruis.

Een Amsterdamse oudere verleid je namelijk niet in één dag…

Auteur: Sabina Mak (projectleider Beter Oud in Amsterdam, adviseur bij Elaa)

Deze blog is geschreven in december 2016 toen het project Beter Oud in Amsterdam, gericht op het verbeteren van integrale eerstelijns Ouderenzorg in Amsterdam, net was gestart. In 2018 is het project succesvol afgerond en de komende jaren zetten de Amsterdamse huisartsenorganisaties (Alliantie Huisartsen Amsterdam genoemd) zich, met ondersteuning vanuit Elaa, in om de bouwstenen uit het programma Beter Oud in Amsterdam in vrijwel alle Amsterdamse huisartsenpraktijken te implementeren. Onderdeel van het implementatieprogramma is de inzet van de POH-Ouderen. De komende drie jaar ondersteunt Zilveren Kruis de inzet van een POH-Ouderen in alle Amsterdamse huisartsenpraktijken.

Voor deze nieuwe publicatie heeft Sabina haar blog iets aangepast

Blog: Leefplezier, relaties en verhalen – Friso Gosliga

Toen iemand me laatst vroeg wat mijn meest positieve of negatieve ervaring in de ouderenzorg was, moest ik wel even nadenken. Als veertiger heb ik zelf geen directe ervaring als bewoner van een instelling, dus gingen mijn gedachten al snel over mijn vader, die – zeker in de laatste weken van zijn leven – fantastisch en liefdevol werd verzorgd. De beelden en verhalen die naar boven komen als ik daaraan denk, gaan bijna allemaal over verlangens, wensen en persoonlijk contact. Zijn favoriete maaltijd die nog een keer werd bereid, mijn kinderen die stiekem veel langer mochten blijven dan officieel toegestaan en de verzorgenden die zoveel van hun eigen persoonlijkheid in hun werk legden en onze familie enorm tot steun waren. Als het op leefplezier aankomt zijn dat uiteindelijk de zaken die blijven hangen, de ervaringen waar het voor mensen echt om gaat.

Toch weet ik bijna zeker dat die mooie ervaringen destijds op geen enkele manier zijn gebruikt om van te leren. Niet door de professionals zelf, niet door de instelling en zeker niet door de vele partijen die wettelijk allemaal iets moeten vinden van de zorg. We lijken als samenleving wel bang geworden van de subjectieve werkelijkheid en zoeken daarom liever naar ‘objectieve’ gegevens. Maar de geweldige zorg voor mijn vader is niet terug te vinden in de gewichtstabellen, voedingsschema’s en vinklijsten voor medicijnen. Die registraties zijn belangrijk, maar ze brengen de essentie van persoonsgerichte zorg natuurlijk niet in beeld.

Daarom was ik zo blij toen ik betrokken raakte bij het project ‘Leefplezierplan voor de zorg’ van Leyden Academy. Onder leiding van prof. dr. Joris Slaets is bij elf zorginstellingen onderzocht wat er gebeurt als medewerkers de ruimte krijgen om zorg te bieden vanuit het hart en de relatie met de bewoners centraal te stellen, in plaats van te focussen op regels en registraties. In het project hebben we hele mooie dingen zien gebeuren rondom de verlangens en het leefplezier van bewoners. Daarnaast hebben we in het project geleerd dat het delen van de verhalen over deze ervaringen en het reflecteren daarop helpt om samen het goede te doen.

Steeds meer mensen beseffen dat persoonlijke ervaringen van bewoners, belangrijke anderen en medewerkers van groot belang zijn voor het in kaart brengen van kwaliteit van zorg. Zowel het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg als het onlangs verschenen rapport ‘Blijk van vertrouwen’ van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving legt de nadruk op het leren van ervaringen en het gebruik van ervaringen voor verantwoording van kwaliteit. De vraag is alleen hoe je dat in de praktijk kunt brengen.

Dat is precies de vraag die we vanuit Leyden Academy met een team onder leiding van dr. Josanne Huijg en ondergetekende de komende twee jaar in de praktijk gaan proberen te beantwoorden. Het is het ontbrekende stukje van de puzzel: eerst op teamniveau leren van de ervaringen die ertoe doen, vervolgens op instellingsniveau beleid maken op basis van diezelfde ervaringen en uiteindelijk ook de zorgkantoren en inspecties hierbij betrekken. En dat alles zonder eerst weer een vertaalslag naar nietszeggende cijfers te moeten maken. Een hele uitdaging, maar we gaan hem met plezier aan in samenwerking met de teams van twee zorginstellingen.

Op het congres ‘Een nieuwe generatie ouderenzorg’ vertellen we meer over ons project en proberen we ook alvast een praktisch voorproefje te geven van wat we gaan doen. We hopen natuurlijk dat u dat samen met ons komt ervaren!